Home > muziek > Applaustrofobie

Applaustrofobie

November 18th, 2005

Punkdichteres vs De Kampioenen
Vorige vrijdag gebeurde het bij Freek De Jonge en gisteren gebeurde het tijdens het concert van Luc Van Acker, die het voorprogramma van Anne Clark deed, weer.
Of beter: er gebeurde niets. Met pijnlijke stiltes in de zaal tot gevolg. Twee keer liet het Warande-publiek een mooie gelegenheid tot applaus liggen.
Genant. Lastig. Zowel voor artiest als publiek.
Waarom zijn wij zo zuinig op handgeklap? Heeft de Turnhoutenaar last van applaustrofobie?

Vrijdagavond en Freek heeft met zijn orkest net een nummer van Neerlands Hoop gebracht. In de afkondiging geeft hij er wat uitleg bij en hij eindigt met te zeggen: “…een compositie van de betreurde Bram Vermeulen…” Waarna hij laat een stilte vallen, want hij verwacht een applaus uit de zaal, die zo de vorig jaar overleden Bram postuum nog ’s kan eren. Zo heeft het Turnhoutse publiek het echter niet begrepen. Ik kijk om me heen en houd mijn handen klaar: wanneer begint er iemand begint te klappen?

Timing is bij applaus niet onbelangrijk. Het gaat letterlijk over fracties van een seconde. Een applaus komt weliswaar zelden te vroeg, maar een applaus dat te laat ingezet is, wordt al snel een beleefdheidsapplaus en daar heeft niemand iets aan. Ik twijfel even om z?lf dan maar een applaus te beginnen, maar ondertussen zijn weeral kostbare seconden verstreken. De kans bestaat dat er, als ik n? nog begin, niemand meer gaat meeklappen. Wat te doen?

Freek lost het op door van de stilte in de zaal, een minuut stilte te maken. Hij speelt de ervaren entertainer die verbaasd is dat een zaal hem na al die jaren nog kan verrassen. Maar het wordt alras een nogal sardonische analyse: “dat het ’s iets anders is dan een standaardapplaus” want “u hoeft inderdaad niet te klappen hoor, als u zich daar niet goed bij voelt” en “dat hij die keuze van de zaal voor zo’n minuut stilte echt wel respecteert”.

Freek wrijft het er nogal in bij de Turnhoutenaren. En was tot dan toe de relatie tussen zaal en artiest er ??n vol goeie wil en hoopvolle verwachting, dan betekent dit een breekpunt. In de zaal zelf ontstaat een wantrouwen. Er wordt nog wel gelachen maar toch net iets minder hard. En na afloop overheerst aan de blekken toog de mening dat Freek het toch niet meer heeft. Wat waarschijnlijk ook wel waar is, want met een titel als ‘Cordon Sanitaire’, verwacht je toch iets meer dan de lading pis & kak-mopjes die hij te berde bracht.

Maar lag dat aan Freek of aan het Turnhoutse publiek? Ik vrees het tweede want gisteravond was het weer van dattum. Als voorprogramma van punkdichteres Anne Clark speelde Luc Van Acker. Het begon al toen Luc Van Acker opkwam. Of beter: het begon w??r niet. Zo’n klein applaus als de artiest het podium opkomt daar is toch niks mis mee? Da’s toch maar een kleine moeite? Maar het bleef dus stil.

In zo’n stilte opkomen is lastig voor een artiest. Want met een applaus – hoe bescheiden ook – laat de zaal weten dat ze je herkend hebben. Als er ni?mand klapt, dan moet je jezelf nog ’s gaan voorstellen ook: “goeienavond ik ben Luc Van Acker en wie zijt gijlie?” Met het risico dat er vervolgens een paar opstaan die dan pas doorhebben dat ze een dag te vroeg zijn voor het concert van Barbara Deckx.

Maar ik pleit schuldig: ik zat er ook en heb evenmin Luc met handgeklap verwelkomd. Weer te lang gewacht tot er iemand anders zou beginnen. Uiteindelijk kwam het nog wel goed met het optreden van Van Acker: hij is een uitstekend stand-up comedian en had een paar grappige verhalen over Revolting Cocks en Anna Domino bij. Het was alleen jammer dat hij er zoveel liedjes tussen speelde.

Tijdens de pauze nam ik me voor dat Anne Clark een goeie herinnering aan het Turnhoutse publiek verdiende. Ik zou zelf beginnen klappen vanaf ik ook maar iemand, al was het een roadie, op het podium zag verschijnen. En toen pianist Murat Parlak als eerste van de band opkwam, leek het weer beschamend stil te blijven. Maar mezelf moed insprekend (“als mijn dochter van10 maanden kan klappen in de handjes, dan ik ook!”) begon ik voorzichtig met een enkele, edoch forse, klap, met enkele kleinere klapjes erachteraan. En kijk: aan de andere kant van de zaal deed al iemand mee. En toen we met twee waren hoorde ik achter mij klappende handjes en toen voor mij en links en rechts van mij… Het was geen staande ovatie, maar d?t hoeft dan ook weer niet aan het begin van het concert. En Murat, die keek verrast op: tiens, dat ze mij hi?r kennen, maakt dat mee! Waarna hij met zoveel zwier op zijn piano tekeer ging, dat hij achteraf mee moest voor een dopingcontrole.

Parlak was trouwens de revelatie van de avond. Want Anne Clark, ach,… Muzikaal was het, zoals een Caf? Complet-ober opmerkte meer new-age dan new-wave. De geluidskwaliteit was bovendien opmerkelijk banaal. De opstelling met cello, akoestische gitaren, piano en percussie beloofde subtiliteit, maar in de geluidsmix werd dat allemaal genadeloos vermalen tot een brei waarin alle details verloren gingen. Geen idee waaraan dat lag, aan de installatie of aan het mannetje dat de knoppen bediende, maar na de loepzuivere klank die we van Antony & The Johnsons in de Bourla vorige week kregen voorgeschoteld en die in een gelijkaardige bezetting speelden, was dit ondermaats.

Maar om terug op de applaustrofobie van de Turnhoutenaar te komen. Zoals hierboven beschreven werd: moeilijk is het echt niet. Gewoon beginnen klappen als er iemand op komt en de avond wordt stukken gezelliger. En in geval van twijfel: direct beginnen klappen! Niet twijfelen! Do?n!

Share

muziek

  1. November 21st, 2005 at 09:57 | #1

    Een carri?re als applausmeester? Niks voor u? ;-)

  2. Floor
    December 12th, 2005 at 00:41 | #2

    Ik ga volledig akkoord met je betoog over de Turnhoutse applaustrofobie. Ik had me daar de laatste tijd ook al over verwonderd in de Warande (was o.a. ook aanwezig bij de voorstelling van Freek). En gisteren werd me nog maar eens echt duidelijk hoe erg het gesteld is met onze Kempense boerenmentaliteit. In de stad der steden (Antwerpen dus) gaat het er – we konden niet anders dat het toe te geven – heel wat geciviliseerder aan toe. Onmiddelijk na het doven van de podiumspots op het einde van “l’histoire des larmes” (de in Avignon niet zo gesmaakte productie van Jan Fabre) barstte het applaus los. Zonder enige aarzeling. “In Turnhout zou het nog wel een paar minuten oorverdovend stil zijn geweest”, zeiden we nog tegen elkaar…

  1. No trackbacks yet.