Snelweg in de regen
Ivo Victoria hakt de staat van ons vaderlandse snelwegennet in fijne mootjes in zijn stukje ‘Waar voor je geld’. Bij regen en ontij autorijden op Belgische (snel)wegen omschrijft hij als volgt: “Terwijl de tientonner naast je liters water uit de centimeterdiepe bandensporen in het asfalt recht jouw voorruit op pompt, probeer jij te gokken of de volgende bocht naar links of naar rechts gaat. Dat zijn de momenten waarop je weet dat je (nog) leeft. Glijbaan, hindernissenparcours en carwash in een – ziedaar het Belgische asfalt bij regenval.”
Hij heeft gelijk, natuurlijk. Zeker als hij de vergelijking maakt met de manier waarop Nederlandse wegen aangelegd worden: “dat matte, waterabsorberende fluisterasfalt dat in NL zo roeleert en waarop je zo lekker kan doorscheuren ook als de hemelsluizen Armageddoniaanse bakken water over je uit storten.”
Wie tijdens de gietende regen wel ’s van Antwerpen naar Gent is gereden kent het fenomeen: tot in Waasmunster zie je met het opspattende regenwater geen steek, maar van Waasmunster tot iets voor Lokeren ligt er een ander soort asfalt en heb je van die regen nauwelijks nog hinder.
Waarom dat asfalt niet overal gebruikt wordt, is mij een raadsel. Wat een gemiste kans om bijvoorbeeld de vorig jaar afgewerkte Antwerpse ring, die ook problemen heeft met waterafvoer tijdens regenbuien, niet met dat asfalt af te werken.





Het grote probleem met fluisterasfalt is dat je bij vriesweer veel sneller ijzel hebt dan bij gewoon asfalt of beton. Verder slijt het ook sneller af en verliest het na een tijdje zijn voordelen omdat de gaatjes in het asfalt verstopt geraken met vuil.
Om die redenen wordt het tegenwoordig niet meer toegepast. Ook in Nederland zouden ze er van aan het terugkomen zijn.
Tja, veiligheid zal zijn prijs hebben zeker?